In haar nieuwe roman, De trooster schrijft Esther Gerritsen over de wil om goed te zijn en de aantrekkingskracht van mensen die slechte dingen doen. „Het is rustiger om te denken dat je vol kleinzielige gevoelens zit.”
Je hoofdpersoon is de diepgelovige koster van een kloosterorde…
Ze lacht. „Ja.”
…die geen moment twijfelt aan zijn liefde voor Jezus…
„Ja, ja.”
….en de lezer daar ook geen moment aan laat twijfelen. Hoe kom je erop?
„Ik wilde iets met religie doen…” Ze lacht wat harder en zegt het nog een keer, nu spottend. „Ik wilde iets met religie doen, haha.”
Lees het volledige interview ovo je id: